Veelgestelde vragen

Naast onderstaande veelgestelde vragen werden de inspraakreacties op de eerste startnota (Vlaamse Regering 19 juli 2019) samengevat en per thema besproken. Deze bespreking is opgenomen in bijlage 1 ‘Antwoordnota’ bij de verfijnde startnota. Al deze officiële documenten zijn beschikbaar via www.k-r8.be/download-documenten.

VOORBEREIDENDE FASE  

Waarom is K-R8 nodig?  

Het auto- en vrachtwagenverkeer op de ringweg R8, de autosnelweg E17 en de aanliggende verkeerscomplexen is de laatste decennia sterk toegenomen, waardoor de vlotte bereikbaarheid en leefbaarheid van de Kortrijkse regio in het gedrang komt. De aanwezigheid van de bovenlokale weginfrastructuur aan de zuidzijde van Kortrijk heeft tevens een impact op de leefbaarheid van de omliggende woonbuurten. Naast bestaande grootschalige (regionale) functies (zoals AZ Groeninge, Kortrijk Xpo, Kulak,…) zijn er op Hoog Kortrijk en vooral ter hoogte van Kortrijk-Oost ook nog onbebouwde terreinen die o.b.v. hun bestemming ontwikkeld kunnen worden. Om Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost leefbaar te houden, is er naast het verbeteren van de weginfrastructuur ook nood om de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden te evalueren en bij te sturen, is er in te zetten op alternatieve vervoersmiddelen (zoals openbaar vervoer, fiets, deelmobiliteit,…) en is het groen en de biodiversiteit in deze omgeving te versterken.   

Wat is de voorbije jaren gebeurd, voorafgaand aan de formele opstart van het planproces? 

Om de doelstellingen en het planvoornemen van K-R8 te onderbouwen zijn voorbereidende onderzoeken verricht. Een mobiliteitsstudie i.o.v. het Agentschap Wegen en Verkeer onderzocht de alternatieven voor het verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost (zie volgende vraag).  

Daarnaast werd in een aantal workshops nagedacht over de toekomst van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen, openbaar vervoer, fiets,…  

Tevens werd de bevolking bevraagd aan de hand van vier dialoogmarkten (Kortrijk, Harelbeke, Kuurne en Zwevegem) en een ruime onlinebevraging. De inspraakreacties werden verwerkt in de eerste startnota K-R8 (Vlaamse Regering 19 juli 2019) of doorgegeven in functie van opname in andere processen. 

Wat is onderzocht in de voorbereidende mobiliteitsstudie?  

De voorbereidende mobiliteitsstudie i.o.v. het Agentschap Wegen en Verkeer onderzocht de alternatieven voor het verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid, Kortrijk-Oost en ook Aalbeke. Er werd vertrokken vanuit twee hoofdscenario’s: zonder de sluiting van de zuidelijke ring R8 tussen de complexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost en met sluiting van de zuidelijke ring. Bij beide hoofdscenario’s werd rekening gehouden met bestaande en geplande ruimtelijke ontwikkelingen die een impact kunnen hebben op het proces qua verkeersgeneratie. Voor elk alternatief werden de verkeerskundige haalbaarheid en de mobiliteitseffecten onderzocht, de ruimte-innames in kaart gebracht en een eerste financiële raming opgemaakt. 

De resultaten van het onderzoek hebben (samen met de voorbije inspraak) geleid tot een aantal gewijzigde inzichten, zoals de noodzaak tot inzetten op alternatieve vervoersmiddelen en het nadenken over het bijsturen van ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. 

PROCEDURE  

Wat is een gewestelijke ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP)?   

Een GRUP is een plan dat opgemaakt wordt door het Vlaamse Gewest en waarin bestemmingswijzigingen in een bestaand gebied (plangebied) worden vastgelegd. Het plan wijzigt of herbevestigt de bestemming en bijhorende voorschriften van bepaalde percelen of gebieden. Een ruimtelijk uitvoeringsplan legt voor het plangebied onder meer vast welke activiteiten er mogen plaatsvinden, waar er gebouwd mag worden en aan welke stedenbouwkundige voorschriften constructies moeten voldoen. Een ruimtelijk uitvoeringsplan geeft uitvoering aan een ruimtelijk structuurplan. Het heeft een verordende, dus verplichtende waarde voor iedereen. 

Waarom is voor de opmaak van een GRUP gekozen? 

Er is gekozen voor de opmaak van een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) vanuit de keuze tot aanpak van een ruimer en geïntegreerd verhaal, waarin de infrastructuur niet louter op zich wordt bekeken. Infrastructuur, mobiliteit en ruimtelijke ontwikkelingen worden op elkaar afgestemd, met als overkoepelende doelstelling het verbeteren van de leefbaarheid in de omgeving van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost.  

Hoe verloopt de procedure en wat zijn de eerstvolgende stappen?  

De opmaak van een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) kent 5 fases. De resultaten van elk van deze 5 fases worden geconsolideerd in een nota. De startnota is dus de eerste van 5 nota’s (startnota - scopingnota - voorontwerp RUP - ontwerp RUP - RUP) die elkaar opvolgen om te komen tot een GRUP.  Met de goedkeuring van de startnota en bijhorende procesnota start de Vlaamse Overheid het planningsproces voor de concrete uitwerking van het GRUP formeel op. De startnota toont de eerste onderzoeksresultaten van het geïntegreerd planningsproces.  

Waarom wordt de startnota eerst verfijnd vooraleer de volgende processtap aan te vatten?  

Gezien de omvang en de complexiteit van het planproces is ervoor gekozen om de eerste startnota (Vlaamse Regering op 19 juli 2019) verder uit te werken, bij te sturen waar nodig en ook te voorzien van een verder uitgewerkte milieubeoordeling. De resultaten en input vanuit de consultatie op de eerste startnota worden hierbij verwerkt. Deze werkwijze moet - vanuit de keuze voor een open en participatief proces - het mogelijk maken om alle belanghebbenden maximaal te betrekken in het proces. De verfijnde startnota zal op haar beurt onderworpen worden aan een nieuwe consultatieronde.  

Wie is de beslissende partij?  

De Vlaamse Regering neemt de beslissingen over het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP). Zo heeft de Vlaamse Regering op 19 juli 2019 de startnota van het GRUP goedgekeurd, waarmee het planproces formeel werd opgestart. Verder in het planproces staat de Vlaamse Regering ook in voor de goedkeuring van de verfijnde startnota, het ontwerp-GRUP en het definitief GRUP.  

Wat is de rol van de stad Kortrijk in het GRUP-proces?  

De stad Kortrijk maakt deel uit van het planteam. Dit team heeft als rol het GRUP op te maken en het proces te coördineren in opdracht van Vlaamse Regering als de bevoegde overheid.  

Het College van Burgemeester en Schepenen van Kortrijk geeft advies in de verschillende fasen van het planproces. Zo brengt het College advies uit op de startnota en de verfijnde startnota. Het advies van het College wordt verwerkt, onderzocht en beantwoord, net zoals alle andere inspraakreacties (zie volgende vraag).  

Wat gebeurt er met de inspraakreacties op de startnota en verfijnde startnota?   

De reeds ontvangen inspraakreacties en adviezen op de eerste startnota (Vlaamse Regering 19 juli 2019) zijn door het planteam verwerkt bij de verfijning van de startnota, samen met de aanvullingen van de procesnota. Ook de verfijnde startnota wordt onderworpen aan een consultatieronde. Inspraakreacties tijdens deze ronde zullen verwerkt worden in de scopingnota.  

Het beantwoorden van de inspraakreacties vereist grondig onderzoek. Er wordt hierbij steeds duidelijk gemaakt hoe er met de opmerkingen wordt omgegaan, maar er wordt niet op een individuele basis of op naam van de inspreker een specifiek antwoord vermeld. De opmerkingen worden dus gegroepeerd per onderwerp onderzocht en beantwoord. Op deze wijze kan aangegeven worden hoe omgegaan wordt met suggesties om het plan te verbeteren of worden aandachtpunten in functie van de effectonderzoeken beschreven. Ook de wijze waarop er bv. in het plan-MER omgegaan zal worden met mogelijke nieuwe alternatieven wordt beschreven (worden nieuwe alternatieven evenwaardig onderzocht of kan gemotiveerd worden dat deze niet-redelijk zijn). De inspraakreacties op de eerste startnota zijn gebundeld en thematisch besproken in een ‘Antwoordnota’ (bijlage 1 bij de verfijnde startnota). 

PROCES, TIMING & BUDGET  

Welke timing is vooropgesteld? 

Figuur 1-9 van de procesnota K-R8 geeft een overzicht van de globale timing van het planproces. De exacte timing hangt echter af van de aard en omvang van de inspraakreacties, het aantal bijkomend te onderzoeken alternatieven, de mogelijke noodzakelijke bijsturingen o.b.v. de (tussentijdse) onderzoekresultaten, etc. De website geeft je regelmatig een update over waar we juist staan in het proces.  

De inspraakperiode op de verfijnde startnota K-R8 loopt van 30 maart tot en met 28 mei 2021. Daarna volgt het verwerken van de inspraakreacties en de opmaak van de scopingnota, alsook het voorbereiden van de verschillende deelonderzoeken (mobiliteitsonderzoek, milieueffectenrapportage, ruimtelijk ontwerpend onderzoek, maatschappelijke kostenbatenanalyse, en indien vereist een ruimtelijk veiligheidsrapport). De start van het onderzoek is voorzien in 2022.  

Wanneer zal het duidelijk zijn of de R8 al dan niet gesloten wordt (op de reservatiestrook)?  

De alternatieven voor het verbeteren van de weginfrastructuur, waaronder het alternatief waarbij de R8 wordt gesloten (op de reservatiestrook), zullen in het milieuonderzoek (plan-MER) onderzocht worden op hun milieueffecten en op vlak van leefbaarheid.  

In de loop van het milieuonderzoek zullen trapsgewijs niet-redelijke alternatieven afvallen. In een eerste stap worden de alternatieven afgetoetst aan de centrale doelstelling tot het verbeteren van de leefbaarheid. Daarna volgt een verdere aftoetsing binnen de disciplines mobiliteit, lucht en geluid, waarbij bekeken wordt of er al dan niet bijsturingen mogelijk zijn. De overblijvende alternatieven worden tot slot afgetoetst aan alle disciplines.  

Aan het eind van het planproces wordt het GRUP vastgelegd. Pas op dat moment wordt een definitieve keuze gemaakt en zal de Vlaamse Regering beslissen aan de hand van welk alternatief men de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost wenst te verbeteren.  

Hoe worden de lokale besturen, middenveldorganisaties, bedrijven en burger betrokken in het proces?   

Het proces wordt op een open en participatieve wijze gevoerd, met als uitgangspunt een maximale betrokkenheid van alle actoren tijdens de loop van het proces. Er wordt niet enkel ingezet op een transparante en open communicatie, maar tevens wordt uitgegaan van een participatief proces, waarbij de ideeën en de kennis van de actoren zo vroeg mogelijk in het proces worden meegenomen.  

Voor de (inter)bestuurlijke terugkoppeling en afstemming wordt gebruik gemaakt van de regionale overlegstructuren in Zuid-West-Vlaanderen, zoals het interbestuurlijk overleg Zuid-West-Vlaanderen, de vervoerregioraad Kortrijk en de RegioRaad Zuid-West-Vlaanderen. Er wordt ook bilateraal afgestemd met de lokale besturen. Via ‘actorenoverleg’ worden adviesraden (Vlaams, provinciaal en/of lokaal), het maatschappelijk middenveld, private actoren en bedrijven, lokale belangengroepen en/of burgerbewegingen (o.a. actiegroepen) betrokken in het proces.  

Naast de formele inspraakperiodes na goedkeuring van de startnota en verfijnde startnota en het openbaar onderzoek na de voorlopige vaststelling van het ontwerp-RUP, worden na iedere onderzoeksronde ingezet op de nodige communicatie en/of participatie.  

Moeten flankerende maatregelen in functie van het verbeteren van de leefbaarheid, verkeersveiligheid, de fiets, … wachten tot het einde van het planproces?  

Ingrepen in functie van het verbeteren van de leefbaarheid, veiligheid, doorstroming en het inzetten op alternatieve vervoersmiddelen (zoals fiets) zijn steeds aan te moedigen en kunnen uitgevoerd worden zonder dat het GRUP is afgewerkt. Weliswaar dient hierbij bewaakt te worden dat de ingrepen geen oplossingsscenario voor de herinrichting van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost hypothekeren. Elke investering dient nuttig en doordacht te zijn. Onder deze voorwaarde kunnen bv. nieuwe en veilige fietspaden worden aangelegd, ingrepen worden uitgevoerd in functie van het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers, groenbermen, -schermen of stiller asfalt worden aangelegd, acties worden uitgevoerd in functie van het verbeteren van de luchtkwaliteit, …  

Flankerende maatregelen zijn echter niet alleen uit te voeren vanuit het planproces K-R8, maar ook vanuit parallelle processen. Zo spelen bv. andere bronnen dan verkeer een grote rol in de fijnstofproblematiek (zoals industrie, landbouw en houtverbranding), is er ook af te stemmen met het gemeentelijk mobiliteits- en parkeerbeleid, ... 

Hoeveel kost dit project?  

De kostprijs is afhankelijk van het alternatief dat de Vlaamse Regering zal bepalen, alsook de flankerende maatregelen die nodig zijn in functie van het verbeteren van de leefbaarheid en de financiële min- of meerwaarden uitgaande van de verdere ruimtelijke keuzes die worden gemaakt.  

In de verkennende mobiliteitsstudie is voor elk alternatief een eerste financiële raming opgemaakt voor wat betreft bouw- en studiekosten (zonder vastgoedkosten) voor het verbeteren van de weginfrastructuur. Een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) moet een verdere financiële afweging mogelijk maken, waarbij de kosten en baten worden afgewogen per alternatief voor het verbeteren van de weginfrastructuur, het inzetten op alternatieve vervoersmiddelen en de ruimtelijke ontwikkelingen / (her)bestemmingen.  

Wanneer starten de werken?  

Voor de werken van start gaan is nog heel wat onderzoek nodig. De website geeft je regelmatig een update over waar we juist staan in het proces.  

Zullen er onteigeningen volgen?  

Het is nu nog te vroeg om vragen met betrekking tot onteigeningen te beantwoorden. Momenteel liggen nog een aantal mogelijkheden open voor verder onderzoek. Aan het eind van het planproces wordt het GRUP vastgelegd. Pas op dat moment is het mogelijk om te stellen of en welke onteigeningen noodzakelijk zijn. 

AFSTEMMING MET PARALLELLE PROCESSEN  

Welke infrastructuurprojecten maken deel uit van K-R8?  

K-R8 heeft als doelstelling de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost te verbeteren, waarbij de ringweg R8 tussen deze complexen al dan niet gesloten wordt.

Welke infrastructuurprojecten/ -werken in de regio maken geen deel uit van K-R8?

  • De realisatie van de trompetaansluiting R8/A19 (Kortrijk-West)
  • De werken aan de verkeerswisselaar Aalbeke
  • Het complex project voor de opwaardering van het kanaal Bossuit-Kortrijk
  • De doortrekking van de ringweg R8 ter hoogte van Kuurne en Harelbeke inclusief het verkeerscomplex Harelbeke-Zuid/Stasegem (de Paperclip) Opwaardering van de Oudenaardsesteenweg N8 tussen cowboy Henkrotonde en Q8 rotonde

K-R8 verkeerscomplexen

De realisatie van de trompetaansluiting R8/A19 (Kortrijk-West), de werken aan de verkeerswisselaar Aalbeke, het complex project voor de opwaardering van het kanaal Bossuit-Kortrijk, de doortrekking van de ringweg R8 ter hoogte van Kuurne en Harelbeke inclusief het verkeerscomplex Harelbeke-Zuid/Stasegem (de Paperclip) worden niet bekeken binnen K-R8, maar zijn opgenomen in andere processen.  

De doortrekking van de R8 ter hoogte van Kuurne en Harelbeke en de aanpak van de Paperclip zijn afhankelijk van het voorkeursalternatief van het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk en worden afhankelijk van de tracékeuze voor het kanaal onderzocht in het complex project en/of in een afzonderlijke studieopdracht van het Agentschap voor Wegen en Verkeer. Het onderzoek naar de mogelijke gebundelde aanleg van de ringweg R8 en het verlegde kanaal (Ringtracé) maakt deel uit van het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk.  

Wat is de fasering van de weginfrastructuurwerken in de regio?

De fasering van de regionale weginfrastructuurwerken is opgenomen in tabel 1-2 van de procesnota K-R8 en is gekoppeld aan de fase in het proces waarin deze infrastructuurwerken zich thans bevinden:  

  1. Ongelijkgrondse trompetaansluiting R8/A19: de omgevingsvergunningsaanvraag werd eind 2020 ingediend.  
  2. Optimalisatie van de verkeerswisselaar Aalbeke (E403/E17): de studie en project-MER worden in de loop van dit jaar opgestart en bouwen voort op voorstellen uit de reeds uitgevoerde voorbereidende mobiliteitsstudie.
  3. Noordelijke doortrekking van de ringweg R8 ter hoogte van Kuurne en Harelbeke incl. het verkeerscomplex Harelbeke-Zuid/Stasegem (de Paperclip): opstart van de studie na het nemen van het voorkeursbesluit van het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk (volgens de huidige timing voorstel tot opname in 2022).
  4. Herinrichten van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost, al dan niet met het sluiten van de R8 ertussen (K-R8).

Er is recent ook beslist om een studie op te starten voor de opwaardering van de Oudenaardsesteenweg N8 tussen de rotondes Cowboy Henk en Q8.

Hoe wordt afgestemd met het complex project voor de opwaardering van het kanaal Bossuit-Kortrijk?   

De inhoudelijke en procesmatige afstemming tussen het GRUP K-R8 en het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk wordt o.m. beoogd vanuit het interbestuurlijk overleg Zuid-West-Vlaanderen, via vertegenwoordiging in het planteam K-R8 en de ambtelijke begeleidingsgroep van het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk, en via bilateraal en gericht overleg met De Vlaamse Waterweg. 

De afstemming met het complex project wordt verder besproken in de procesnota (§1.3.2). Een duidelijke overlap tussen beide processen situeert zich ter hoogte van de Kanaalzone, waar gezamenlijk vanuit beide processen een masterplan wordt opgemaakt, gericht op de economische ontwikkelingen, de wegontsluiting en flankerende maatregelen t.a.v. de omgeving. 

De doortrekking van de R8 ter hoogte van Kuurne en Harelbeke en de aanpak van de Paperclip zijn afhankelijk van het voorkeursalternatief van het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk en worden afhankelijk van de tracékeuze voor het kanaal onderzocht in het complex project en/of in een afzonderlijke studieopdracht van het Agentschap voor Wegen en Verkeer. Het onderzoek naar de mogelijke gebundelde aanleg van de ringweg R8 en het verlegde kanaal (Ringtracé) maakt deel uit van het complex project kanaal Bossuit-Kortrijk.

Wat met het nieuwe stadion voor KV Kortrijk?

De voorbereidingen voor de bouw van een nieuw voetbalstadion voor KV Kortrijk maken geen deel uit van K-R8. De stad Kortrijk maakt daarvoor een eigen ruimtelijk uitvoeringsplan op. In het  najaar van 2021 organiseert de stad daarover een infomoment. Dan is er ook inspraak daarover mogelijk.

Het plan dat de stad opmaakt voor het stadion houdt rekening met K-R8 en omgekeerd. De stad en de verschillende diensten van de Vlaamse overheid stemmen daarover regelmatig met elkaar af. Inspraakreacties over K-R8 die van belang zijn voor het stadiondossier zal de Vlaamse overheid aan de stad bezorgen zodat de stad daarmee rekening kan houden bij de opmaak van haar plannen.

K-R8 houdt rekening met verschillende mogelijke locaties voor het nieuwe stadion. Behalve de Kop van Evolis (Kortrijk Oost), zijn ook Kortrijk Xpo, de site van Syntra West, Kapel ter Bede, de Van Marcke-site aan de Weggevoerdenlaan en de Mewaf-site aan de Brugsesteenweg mogelijke locaties voor het nieuwe stadion. Meer informatie over dit plan is te vinden op kortrijk.be/kvk-stadion.

PLANGEBIED EN -DOELSTELLINGEN  

K-R8 kaart plangebied

Wat is het plangebied? 

Het initiële plangebied K-R8 omvatte volgens de eerste startnota (Vlaamse Regering 19 juli 2019) de stedelijke gebieden Menen, Kortrijk en Waregem (grondgebied Kortrijk, Harelbeke, Kuurne, Zwevegem, Wevelgem, Deerlijk, Menen, Wervik, Waregem, Wielsbeke en Anzegem), gezien bij nieuw geplande activiteiten en mogelijke grootschalige ontwikkelingen mogelijke valabele locatiealternatieven binnen deze gebieden waren te onderzoeken. O.b.v. de verdere uitwerking van de plandoelstellingen en het ruimtelijk programma is in de verfijnde startnota het plangebied verfijnd, waarbij een plancontour is uitgezet in de omgeving van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost (grondgebied Harelbeke, Kortrijk en Zwevegem).  

K-R8 luchtfoto plangebied

Waarom is de subtitel van het GRUP gewijzigd?  

Het planproces K-R8 zet in op een geïntegreerde visie voor mobiliteit, infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen met aandacht voor de leefbaarheid. N.a.v. de inspraakreacties op de goedgekeurde startnota (Vlaamse Regering 19 juli 2019) wordt met de verfijnde startnota het verbeteren van de leefbaarheid nog meer naar voor geschoven als centrale doelstelling. Daarom wordt de subtitel van het GRUP gewijzigd van “Verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost en de leefbaarheid van de omgeving” naar “Verbeteren van de leefbaarheid in de omgeving van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost”. De doelstelling tot het verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost blijft behouden, doch is samen met de inzet op modal shift, de evaluatie en bijsturing van ruimtelijke ontwikkelingen en het realiseren van de verbindende groenstructuur, slechts één van de sleutels om tot een verhoogde leefbaarheid (in al haar facetten) in deze omgeving te komen. 

Wat betekent het verbeteren van de leefbaarheid als centrale doelstelling? 

K-R8 beoogt de verschillende facetten van de leefbaarheid (ruimtelijke kwaliteit en kwaliteit van de leefomgeving, verkeersleefbaarheid en -veiligheid, economische, sociale en ecologische leefbaarheid, …) in de omgeving van de complexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost te verbeteren. Gezien de veelheid aan facetten dient hierbij een evenwicht te worden gezocht, waarbij de nodige afwegingen zijn te maken. 

Het planteam wenst bij het verbeteren van de leefbaarheid een hoog ambitieniveau aan te houden, waarbij de toekomstige situatie (inclusief de geplande ontwikkelingen) globaal significant beter is dan de bestaande toestand. Hinderaspecten zoals geluid, luchtverontreiniging, visuele hinder, barrièrewerking, sluipverkeer… zijn hierbij aan te pakken.  

Wat zijn de doelstellingen van het GRUP?  

Het GRUP K-R8 beoogt de leefbaarheid in de omgeving van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost te verbeteren vanuit een geïntegreerde aanpak van mobiliteit, infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen (zie vorige vraag). Dit gebeurt aan de hand van volgende doelstellingen: 

Het multimodaal bereikbaar maken van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost, met o.m. het creëren van ruimte voor alternatieve vervoersmiddelen, het bijdragen tot de realisatie van vlotte en veilige fiets- en openbaar vervoersverbindingen, de uitbouw van multimodale knooppunten, het optimaliseren en beperken van parkeerplaatsen, de bewuste inzet op modal shift bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, … 

Het evalueren en mogelijks (deels) heroriënteren en/of beperken van de (stedelijke) ontwikkelingen en ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden gelegen in het plangebied, waarbij ontwikkeld en/of verdicht wordt op goed multimodaal ontsloten locaties (prioritair langs de openbaar vervoersassen en de uit te bouwen knooppunten) en waarbij er ook voor gekozen wordt om bepaalde deelzones omwille van de leefbaarheid, bereikbaarheid en/of in functie van de blauwgroene dooradering niet langer aan te snijden.   

Het realiseren van een verbindende groenstructuur doorheen het plangebied, met o.m. de aanleg van groenelementen langs de weginfrastructuur (buffergroen), doordacht aangelegde groenstructuren doorheen het plangebied (blauwgroene dooradering) en langs de randen van Hoog Kortrijk (randstedelijk groen) als overgang naar de open ruimte. 

Een geïntegreerde aanpak tot verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost, waarbij de ringweg R8 tussen beide complexen al dan niet gesloten wordt en waarbij o.m. ook de relatie wordt gelegd met het functioneren van de R8 als geheel en de doorstroming op de aansluitende gewest- en invalswegen.   

Maakt de overkapping van de E17 en/of een snelheidsverlaging op de E17 deel uit van het onderzoek?  

Ja, de eventuele overkappingsmogelijkheden van de E17 en/of R8 en een mogelijke snelheidsverlaging op de E17 worden in het verdere proces mee onderzocht. Het verdere onderzoek moet aantonen wat deze ingrepen betekenen op vlak doorstroming, verkeersveiligheid, ruimtelijke impact, milieu-impact en leefbaarheid (waaronder luchtkwaliteit en geluidshinder). Op basis van de onderzoeksresultaten is het aan de bevoegde minister en de Vlaamse Regering om hierover een beslissing te nemen. 

Wat betekenen modal split en modal shift?  

Modal split geeft de verhouding aan van het aantal reizigers per vervoersmiddel.  

Modal shift is de hoeveelheid mensen die wijzigt van vervoersmiddel. Het gaat om een mobiliteitsverschuiving van de wagen naar duurzame verplaatsingen zoals fiets en openbaar vervoer.  

Wat is het ambitieniveau op vlak van modal shift?  

Het planteam K-R8 opteert voor een ambitieuze, doch realistische modal shift, waarbij het aandeel duurzame vervoersmiddelen hoger is dan de 40% die te halen is in de ganse vervoerregio Kortrijk (zie Vlaams regeerakkoord). Het concreet percentage duurzame vervoersmiddelen dat is te behalen binnen het planproces zal worden bepaald in afstemming met de vervoerregio Kortrijk en wordt vastgelegd in de scopingnota. 

Bij het vastleggen van het concreet percentage zal rekening worden gehouden met o.m. de ligging in het stedelijk gebied en de autogerichtheid van de locatie, het huidige aandeel en de potenties voor alternatieve vervoersmiddelen, … 

Welke ingrepen en maatregelen zijn er voorzien in functie van de modal shift?  

Mogelijke ingrepen en maatregelen in functie van een mobiliteitsverschuiving naar duurzame vervoersmiddelen hebben betrekking op het openbaar vervoer, collectief vervoer, fiets, deelmobiliteit, beperken en gedeeld gebruik van parkeerplaatsen, ... Het GRUP K-R8 wenst ruimte te creëren voor alternatieve vervoersmiddelen en in te zetten op vellige en duurzame verbindingen. Zowel op Hoog Kortrijk als op Kortrijk-Oost is een regionaal mobipunt (multimodaal knooppunt) uit te bouwen.  

Het GRUP draagt bij tot een duurzaam mobiliteitsbeleid, maar zal niet alles oplossend zijn. Om een duurzame mobiliteit en ook de doelstellingen inzake modal shift te bereiken is een flankerend beleid nodig op een hoger niveau (bv. rekeningrijden, bedrijfswagens, zero-emissie voertuigen, …), is af te stemmen met de vervoerregio Kortrijk en met het mobiliteits- en parkeerbeleid van de stad Kortrijk (aanbod, tarifering, evenementieel, werknemersparkeren,…).  

Welke alternatieven worden er onderzocht voor het verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost?  

Alle (verder) te onderzoeken verkeerskundige alternatieven zijn opgesomd in de verfijnde startnota: dit zijn de verkeerskundige varianten uit de voorbereidende mobiliteitsstudie en een aantal alternatieven vanuit inspraak. Vanuit het verdere onderzoek kunnen ook nog nieuwe alternatieven naar boven komen. Daarnaast wordt in de verfijnde startnota ook een onderbouwing gegeven voor het niet-weerhouden van een aantal alternatieven.  

Volgend schema geeft een overzicht van de te onderzoeken alternatieven:  

K-R8 Overzicht scenario's en alternatieven

Wat wordt bedoeld met het sluiten van de ringweg R8 op de reservatiestrook?  

K-R8 reservatiestrook gewestplan

De reservatiestrook is de zwart gearceerde zone tussen de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost, zoals aangeduid op het gewestplan Kortrijk van 4 november 1977. Met dit gewestplan werden dus de gronden binnen deze gearceerde zone gereserveerd voor het sluiten van de ringweg R8.  

Binnen K-R8 wordt onderzocht of het sluiten van de ringweg R8 op de reservatiestrook wel de beste oplossing is. Dit is dan ook één van de alternatieven die onderzocht wordt, naast het niet-sluiten van de R8, het sluiten naast de E17 of in de bedding van de E17 (zie vorige vraag).  

K-R8 luchtfoto reservatiestrook

Welke ontwikkelingsmogelijkheden zijn er indien de ringweg R8 niet gesloten wordt op de reservatiestrook?  

Vanuit inspraak werden heel wat suggesties ontvangen van mogelijke bestemmingen en gebruik van de reservatiestrook ingeval de ringweg R8 er niet gesloten wordt. Een overzicht wordt gegeven in tabel 2-9 van de verfijnde startnota, samen met de mogelijke ontwikkelingen bovenop de ringweg R8 en/of de autosnelweg E17 ingeval van een overkapping. De tabel geeft aan welke mogelijke bestemmingen en functies al dan niet worden weerhouden: groen- en natuurontwikkeling, waterbuffering, landbouw, openluchtrecreatie, fiets- en voetgangersverbinding, openbaar vervoersverbinding, duurzame energie, bijkomende bouw- of woonprogramma’s, parkeerzones, … 

Hoe wordt rekening gehouden met de economische leefbaarheid in deze omgeving en in de regio?  

De centrale doelstelling tot verhogen van de leefbaarheid in de omgeving van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost omvat verschillende facetten, waaronder ook de economische leefbaarheid. Vanuit de mogelijkheden op vlak van mobiliteit en vanuit een duurzaam ruimtegebruik is te bekijken hoe er op economisch vlak kansen zijn te creëren. Hierbij is aandacht te besteden aan o.m. de bereikbaarheid en ontsluiting van economische functies, een duurzaam en zuinig ruimtegebruik op goed (multimodaal) ontsloten locaties, de nodige compensaties in geval van het schrappen van planologisch bestemde gronden voor bedrijvigheid, ...  

In de verfijnde startnota (§2.2.2.1) is een rubriek toegevoegd rond economie en bedrijvigheid.  

Welke ruimtelijke keuzes worden gemaakt en welk afwegingskader is hiervoor gebruikt?  

De voorbereidende mobiliteitsstudie heeft aangetoond dat er in het verdere proces dient nagedacht te worden over het bijsturen van de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de omgeving van Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost. Er wordt dus niet uitgegaan van een maximumscenario waarbij alle bestemde en geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gerealiseerd.  

In het plangebied worden deelzones aangeduid waar een verdichting van het ruimtelijk programma wordt vooropgesteld, deelzones waar verdere ontwikkeling (zonder verdichting) wordt beoogd en deelzones die zijn te vrijwaren van een harde ontwikkeling. De ruimtelijke principes die aan de basis hiervan liggen zijn opgenomen in de verfijnde startnota. Leefbaarheid (bv. geen nieuwe woonzones langs de weginfrastructuur) en multimodale bereikbaarheid (bv. prioritair verdichten langs openbaar vervoersassen) vormen hierbij belangrijke leidende principes, net als de uitbouw van een verbindend groenblauw netwerk doorheen het plangebied met een overgang naar de open ruimte aan de rand van Hoog Kortrijk. 

Wat wordt bedoeld met ontwikkelings- en verdichtingszones binnen het GRUP?  

Ontwikkelingszones zijn goed gelegen plekken voor ontwikkeling en het versterken van de ruimtelijke organisatie omwille van de potenties op vlak van multimodale bereikbaarheid en de complementariteit met het groenblauwe netwerk.  

Verdichtingszones zijn ontwikkelingszones waar omwille van hun goede ligging langs een kernnet A-as voor het openbaar vervoer en/of een multimodaal knooppunt (regionaal mobipunt) ook een hogere dichtheid wordt vooropgesteld. Het zijn bij voorkeur plekken voor het realiseren van een programma met een regionale dimensie (zoals bv. bovenlokale functies in functie van zorg, evenementen, hoger onderwijs, hoogwaardige ondernemingen, diensten en kantoorontwikkelingen,…).  

Hoe beantwoordt het planproces de vraag naar meer groen, natuur en biodiversiteit?  

In de verfijnde startnota is een specifieke doelstelling toegevoegd in functie van het realiseren van een verbindende groenstructuur doorheen het plangebied, als onderdeel van een grotere regionale groenverbinding tussen het Preshoekbos en De Gavers. De ontsnipperend groenconcept, waarbij verschillende groene stapstenen op Hoog Kortrijk en Kortrijk-Oost onderling worden verbonden, moet bijdragen tot het verbeteren van de leefbaarheid, de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid. De groenstructuur omvat o.m. de aanleg van buffergroen langs de weginfrastructuur, doordacht aangelegde groenstructuren als een groenblauwe dooradering doorheen het plangebied en randstedelijk groen langs de randen van Hoog Kortrijk als overgang naar de open ruimte. 

Specifieke projectvoorstellen vanuit inspraak (bv. ter hoogte van Kortrijk-Oost) zullen nader bekeken worden in het verdere onderzoek.  

MILIEUBEOORDELING  

Wat wordt onderzocht in het Milieueffectrapport (plan-MER)?  

In een milieueffectrapport (MER) wordt gerapporteerd over het onderzoek naar de mogelijke milieueffecten van een voorgenomen plan of activiteit: de milieugevolgen voor o.a. mens, natuur, water, bodem, lucht, erfgoed en het landschap worden op een wetenschappelijke manier beschreven en beoordeeld. 

Het MER wordt opgesteld door een team van erkende deskundigen en wordt tijdens het opstellen inhoudelijk getoetst door het team Mer. Na afwerking van het MER gaat het team Mer finaal na of het MER alle noodzakelijke elementen bevat en dus alle vereiste informatie verschaft in functie van het nemen van een beslissing over het plan of de activiteit. Deze toetsing houdt een kwaliteitscontrole in. 

Worden er op korte termijn geluidsmetingen uitgevoerd? 

Er is gewacht met de opstart van de voorbereidingen voor de geluidsmetingen in het kader van K-R8, gezien de verkeersintensiteiten wegens Covid-19 niet representatief waren. Eind april 2021 is het vrachtverkeer echter terug genormaliseerd en zet het planteam de nodige voorbereidende stappen om ook geluidsmetingen uit te voeren. 

 

Hoe worden de geluidsmetingen uitgevoerd? 

Om de impact op het geluidsklimaat door de verschillende alternatieven op de omgeving te kunnen inschatten, moet eerst een beeld verkregen worden van het geluidsklimaat zonder uitvoering van het plan. Hiervoor wordt niet alleen een geluidsmodellering uitgevoerd, maar worden ook een aantal geluidsmetingen uitgevoerd, en dit op een 5-tal vaste meetpunten (met langere meettijd: doorgaans één week of langer omwille van de weersomstandigheden) en een 20-tal ambulante meetpunten (met een kortere meettijd van ca. een kwartier). De resultaten van de geluidsmetingen worden vervolgens vergeleken met de resultaten van de modellering, enerzijds ter validering van het geluidsmodel, anderzijds om na te gaan waar het geluidsklimaat ook significant beïnvloed wordt door andere geluidsbronnen dan wegverkeer. 

In overleg kunnen extra meetpunten worden voorzien. Zo zal er bv. minstens één bijkomend vast meetpunt voorzien worden ter hoogte van de druk bewoonde woonwijken ten noorden van de reservatiestrook (grondgebied Kortrijk), maar ook op grondgebied van de stad Harelbeke kan een bijkomend meetpunten of -punten worden voorzien (bv. ter hoogte van de Keizershoek of van Stasegem). Hierbij moet wel benadrukt worden dat meetpunten op grote(re) afstand onderhevig zijn aan verschillende parameters (bodem, reflecties, wegbedekking, wind (richting, snelheid, inversie,…). De meetresultaten zullen een gemiddelde zijn op basis van de windrichtingen en er is ook rekening te houden met het geluid afkomstig van andere wegen.  

Bijkomende ambulante meetpunten worden desgevallend voorzien ter hoogte van bijkomende ruimtelijke ontwikkelingen. 

Worden er luchtkwaliteitsmetingen uitgevoerd? 

Ja. Zie www.K-R8.be/luchtkwaliteitsmetingen

Waarom wordt voor het nagaan van de luchtkwaliteit gewerkt met modellen en niet met metingen?  

In milieueffectrapportage is de referentiesituatie in mobiliteitsgerelateerde plannen en projecten meestal een situatie in de toekomst en niet de huidige situatie. Om de effecten van het plan of project ten opzichte van deze referentiesituatie te beoordelen zal bijgevolg altijd een modellering nodig zijn, vermits een toekomstige situatie in kaart brengen met metingen niet mogelijk is. Zelfs als de huidige situatie de referentiesituatie is, is modellering nodig om de effecten van het plan of project op de luchtkwaliteit in beeld te brengen.  

Om de impact van verkeer op de luchtkwaliteit te beoordelen, zijn vooral jaargemiddelde concentraties belangrijk. Om representatieve metingen van de luchtkwaliteit in het kader van een plan of activiteit uit te voeren is dan ook een lange meettijd nodig. Deze resultaten moeten vervolgens vertaald (geïnterpoleerd) worden om de concentratie te kennen op plaatsen waar geen meting heeft plaatsgevonden. Hiervoor zijn modelleringen noodzakelijk.  

Metingen kunnen wel als postmonitoring gebruikt worden om de impact op de luchtkwaliteit na realisatie van het plan na te gaan. 

Wat is de betrouwbaarheid van deze luchtmodellen?

De MER-deskundigen garanderen dat de te gebruiken luchtmodellen voldoende betrouwbaar zijn om de luchteffecten van het plan adequaat te beoordelen. Er zijn zeer veel zaken die de luchtkwaliteit beïnvloeden, zoals wegverkeer, houtverbranding, industrie en landbouw. In het kader van K-R8 is vooral de luchtverontreiniging door lokaal verkeer van belang. De luchtmodellen richten zich op de toe- of afname van verkeer per wegsegment, waardoor de kwaliteit van de luchtmodellering vooral afhangt van de betrouwbaarheid van het verkeersmodel (zie volgende vraag).

Wat is een verkeersmodel en waar wordt het voor gebruikt?

Er zal gebruik worden gemaakt van het Stadsmodel van Kortrijk. Het Stadsmodel van Kortrijk is een computerprogramma die de effecten van te nemen verkeersmaatregelen tegen elkaar afweegt. De huidige versie is afgeleid van het Regionaal Verkeersmodel West-Vlaanderen en dat op niveau van het onderliggende wegennet van Kortrijk verder aangevuld en verfijnd werd. Het betreft een spitsuurmodel dat de situatie weergeeft tijdens het ochtend- en avondspitsuur (8-9u en 17-18u), zowel voor het personenvervoer als het vrachtvervoer Het model wordt frequent bijgewerkt op basis van recente verkeerstellingen en ruimtelijke ontwikkelingen.

Begin 2021 heeft de stad Kortrijk een update van het Stadsmodel gedaan. Het geüpdate Stadsmodel kan als een recent en betrouwbaar model worden beschouwd.

Worden de effecten van groenbuffering, geluidschermen, fluisterasfalt, … mee onderzocht?  

In het milieueffectenonderzoek wordt onderzocht of er op vlak van lucht en geluid bijsturingen mogelijk zijn van de verkeerskundige alternatieven door middel van de aanleg bermen, schermen, een aangepast wegdektype of snelheidsregime, overkappingsvarianten,… al dan niet in combinatie met een bijsturing van het programma. Hierbij rekening te houden dat geluidsschermen niet voor een significante verslechtering van de leefbaarheid mogen zorgen door visuele barrièrewerking of ruimtelijk isolement en dat groenbermen een zeker volume en densiteit moeten hebben om een positief effect te hebben op lucht en geluid.  

De mogelijke aanleg van groenbermen en -schermen of het gebruik maken van een stillere verharding bij structureel onderhoud van het wegdek, is ook mogelijk voorafgaand aan het GRUP. Zo is door het Agentschap Wegen en Verkeer een bestek aanbesteed voor de aanleg van een aarden geluidsberm ter hoogte van de Keizershoek (grondgebied Harelbeke).